Zimboek

In maart 2000 werd ik gevraagd door de redactie van de Standaard-online om een dagboek bij te houden voor het Trefpunt-onderdeel van hun site. Het initiatief is ondertussen ter ziele gegaan, maar het dagboekfragment heb ik bewaard. De eerste alinea’s in italic zijn toevoegingen van de Standaard-redactie.

Over olifanten en noodhulp

Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel is op rondreis door Afrika. Hij brengt onder meer een bezoek aan Zimbabwe. Peter Van Acker werkt sinds 1997 voor de Belgische internationale samenwerking in Harare, Hij is nauw betrokken bij de voorbereiding van het bezoek van Michel. In zijn eerste verslag leest u alles over de drukke dagen die aan zo’n staatsbezoek voorafgaan.

Ook deze morgen, zoals elke morgen, wordt ik stipt om 7 uur gewekt door de “Voice of Zimbabwe”. Het nieuws begint nu eens een keertje niet met: “President Comrade Mugabe says …”, maar wel met een bijzonder ongeval. In het noorden van Zimbabwe, in de buurt van Makuti, is een bus ingereden op een kudde olifanten. Vier olifanten waren op slag dood. Langs menselijke zijde waren er geen dodelijke slachtoffers. Van alle inzittenden liep alleen de chauffeur lichte verwondingen op. En toen de pers ter plaatse kwam, zo gaat het bericht verder, waren er van de olifanten nog slechts enkele restanten zichtbaar. Vervolgens schakelt de reporter abrupt over op het tweede onderwerp in het nieuws. Ik ben na deze intrigerende “newsflash” helemaal wakker: “Hoe kan dat nou, nog slechts enkele restanten zichtbaar?”

Om 10 uur heb ik een meeting met de vertegenwoordigers van twee Belgische NGO’s hier ter plaatse. Ik bereid me voor op het heugelijke nieuws dat ik hen te vertellen heb. De Belgische regering heeft beslist om aan deze twee NGO’s 12 miljoen Belgische Frank ter beschikking te stellen in het kader van noodhulp aan Zimbabwe. Immers, niet alleen Mozambique, maar ook vier provincies in het zuiden van Zimbabwe zijn getroffen door de recente cycloon Eline. Tot mijn verwondering voert een van deze NGO’s zich benadeeld: zij krijgt in verhouding tot de andere een kleiner deel van het budget. Ik word een beetje triest, ik heb de gehele vorige week gewijd aan het bekomen van noodhulp voor Zimbabwe, en nu gaat de vrucht van mijn inspanningen verloren in het gekibbel over budgetten en bijhorende commissies.

‘s Middags wordt het raadsel van de olifanten opgelost. In het televisiejournaal zie ik beelden van het ongeluk: een frontaal flink ingedeukte bus en inderdaad, nog enkele bloedige overblijfselen van wat eens olifanten waren. De inwoners van Makuti, zo blijkt, hadden direct na het ongeluk het vlees versneden en op hun hoofden weggedragen naar hun hutten. Vanavond eten ze vast olifanten-kebab in Makuti. Wat zal ik eten deze avond?

In de namiddag neem ik deel aan een coördinatievergadering van de UNDP. De “UNDP Resident Representative” is bijzonder ongelukkig. De donoren, waaronder ook België, hebben er massaal voor gekozen de noodhulp voor Zimbabwe te kanaliseren via de NGO’s en niet via de internationale instellingen (waartoe ook de UNDP behoort). Zijn deze mensen terecht bezorgd, of denken ze alleen maar aan de commissies die ze aan hun neus zien voorbijgaan? De vergadering wordt helemaal ironisch wanneer een vertegenwoordiger van de Zimbabwaanse overheid voorstelt de UNDP te helpen met de coördinatie van de noodhulp. En ik die dacht dat het omgekeerde de bedoeling was.

Het is me wel het dagje van de vergaderingen. Na de UNDP snel ik naar de ambassade. We zitten met zo’n twintig rond de tafel: van chauffeurs over secretaresses tot en met de eerste secretaris, allen broederlijk verenigd rond de ambassadeur. We overlopen nog eens de activiteiten voor morgen, want morgen komt Minister Michel voor een kort bezoek naar Harare. En een Minister van Buitenlandse Zaken die op bezoek komt, is de hoogmis voor elke ambassade.

‘s Avonds kom ik thuis en het eten staat reeds klaar. Astrid, mijn eega, denkt dat de elektriciteit zal afgesloten worden na 6 uur. Ze is terecht bezorgd, want sinds het Ministerie van Energie heeft aangekondigd de stroom niet af te sluiten in sommige delen van de stad, behoren wij op Woensdag blijkbaar tot de andere delen. Vanavond is er Indonesische soep, klaargemaakt door een Surinaamse vrouw en geconsumeerd door een Europese man op het Afrikaanse continent. Dit is de echte globalisatie!

Peter Van Acker – Harare 15/03/2000

Michel: hij kwam, hij zag en hij verdween (Veni, Vidi, Foetsjie)

Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel bracht gisteren een bezoek aan Zimbabwe. Peter Van Acker maakte het bezoek van dichtbij mee. Maak kennis met de wereld van staatsbezoeken, Afrikaanse stiptheid en Afrikaanse wijn!

‘s Morgens bij het ontbijt neem ik steevast “The Herald” door. Dit is de oudste krant van Zimbabwe en zeer regeringsgezind. Aangezien ik geen ochtendmens ben, beperk ik me meestal tot een vluchtige lezing van de koppen en staar ik even naar de kleurenfoto’s van geringe kwaliteit. Vandaag prijken landhongerige boeren op de voorpagina. Ze zien er niet zo gevaarlijk uit als de bijhorende kop laat vermoeden: “Oorlogsveteranen dreigen met oorlog als de ZANU PF de verkiezingen verliest.” Het is duidelijk: president Robert Mugabe wordt steeds driester in de aanloop naar de komende verkiezingen, immers, de spierballentaal van de ex-strijders voor onafhankelijkheid is nog steeds afhankelijk van zijn goedkeuring.

Op kantoor beleef ik enkele rustige ochtenduren. Minister Michel en zijn gevolg worden pas verwacht in Harare om 10 uur. Rond dat uur belt de eerste secretaris vanop de luchthaven en deelt ons opgejaagd mede dat het programma met een uur wordt verschoven. Het vliegtuig van de minister heeft net Lubumbashi in Congo verlaten en zal vermoedelijk om 11 uur landen in Harare. De taak van de sectie bestaat nu uit de Belgische gemeenschap te onderhouden tot de aankomst van de minister.

We begeven ons met spoed naar het chicste hotel van de stad. In de “Stewart Room” van het “Meikles Hotel” zijn zo’n vijftigtal Belgen verzameld, voor mij allemaal bekende gezichten. Na twee glazen witte Zuid-Afrikaanse wijn wordt het wachten al een tikkeltje aangenamer. Om 12 uur komt de minister binnengewandeld, omringd door enkele kabinetsmedewerkers en de ambassadeur. De ambassadeur is duidelijk zenuwachtig en doorbreekt het normale protocol: ik word als eerste aan de minister voorgesteld en niet, zoals het hoort, het hoofd van de sectie. In het zog van de minister volgen nog 9 parlementariërs en 28 journalisten.

Minister Michel blijft zowat tien minuten in de cocktailruimte – juist genoeg tijd om iedereen een handje te schudden – en verdwijnt dan met beperkt gezelschap naar volgende afspraken. Ik zal hem niet meer zien voor de rest van de dag, maar ik weet dat hij zal lunchen met de heer Mudenge, zijn Zimbabwaanse evenknie, vervolgens een onderhoud zal hebben met de heer Masire, de ex-president van Botswana, en tot slot enkele woorden zal wisselen met Robert Mugabe. Deze laatste heeft trouwens, zoals een Afrikaans staatshoofd past, onze minister twee uren laten wachten.

Tijdens de lunch praat ik gezellig met o.a. Mare Reynebeau van de Knack en Jo Van Damme van P-magazine. Ik zoek tevergeefs naar de journalist van de Standaard. Hij blijkt de ijverigste van de klas te zijn: om zijn verslag naar België te sturen voor de krant van morgen verzaakt hij aan de maaltijd.

Om vier uur staat het gehele gezelschap reeds klaar om minister Michel op te pikken aan “State House”. Uiteindelijk zal het vier uren later worden dan voorzien vooraleer de Belgische missie kan afreizen naar Oeganda.

Vermits ik tijdens de lunch nog een aantal glazen wijn heb gedronken, rode deze keer, kom ik met een zwaar hoofd thuis. Astrid herinnert me eraan dat ik mijn dagboek voor Trefpunt moet bijhouden, Amai, wat een dag!

Peter Van Acker – Harare 16/03/2000

Traditie versus modernisering

In zijn derde dagboekverslag rekent Peter Van Acker af met een “writer’s block”. Eens te meer blijkt dat de gewoonten in Afrika iets anders zijn dan bij ons. Peter blikt ook terug op het bezoek van Louis Michel en heeft het over maïskolven.

Een dagboek bijhouden is moeilijker dan je denkt. De eerste dag tikt alles lekker, de tweede dag verloopt wat moeizamer, en de derde dag tuur je maar wat wezenloos naar de tekstverwerker op je scherm. Vroeger, indien ik een schrijver zou zijn, zou dit “writer’s block” heten. Maar in deze moderne computertijden spreekt men maar liever van “toetsenbord-kramp”, “monitor-myopie” of, zo men wil, van “screensaver-staar”. En voor de mensen die werken in netwerkverband van “logoff-syndroom”, “terminal-fatigue” of simpel weg van “disconnect-mood”. Kandidaat-auteurs voor Trefpunt’s dagboek zijn gewaarschuwd!

Maar voor vele Afrikanen zal dit allemaal een zorg wezen. Zij hebben andere bekommernissen aan hun hoofd. In Harare bijvoorbeeld is er vandaag een man opgepakt voor grafschennis. Hij heeft het lijk van zijn broer opgegraven, er een stuk vlees uitgehakt, dit in een plastic zak opgeborgen en meegenomen naar huis. Aangezien de restanten vreselijk stonken, hebben de medebewoners van het huis de politie verwittigd. De man heeft de feiten vlot bekend. Hij heeft het lijk opgegraven in een poging een boze geest te paaien. Dit laatste wil ik desnoods nog begrijpen, maar wat hij met het afgehakte deel wou aanvangen zal voor mij altijd een bron van speculatie blijven.

Op de ambassade is er feest. Het bezoek van Michel is vlot verlopen. De ontvangst, zo had de ambassadeur vernomen, was beter georganiseerd dan in Luanda. Het hele ambassadeteam inclusief de sectie ontwikkelingssamenwerking en de dienst Protocol van het Zimbabwaanse ministerie van Buitenlandse Zaken krijgen een pluim en worden beloond met hapjes en Zuid-Afrikaanse wijn. Ik weiger de wijn – gisteren indachtig – en stel me tevreden met een glaasje appelsap. Iedereen wisselt de laatste nieuwtjes uit: het sectiehoofd heeft net een e-mail uit België ontvangen met meer nieuws over de hervormingen van ons ministerie; ik citeer uit het “Standaard Online”-artikel van Mon Vanderostyne over het bezoek van minister Michel aan Lubumbashi. Tot slot wordt er de “Herald” bijgehaald, waar het bezoek van de minister op de eerste pagina prijkt onder de veelbelovende titel: “DRC Conflict: Leaders discuss the way forward.”

Ik ben vandaag vroeg thuis en pik in de vlucht het gesprek mee tussen Astrid en Monica, de dienstmeid. Sinds Astrid bijlessen Engelse taal geeft aan haar dochter, worden we nu al wekenlang bedolven onder de verse maïskolven. Alleen lusten we die dingen niet zo vaak. Monica luistert aandachtig en knikt uiteindelijk begrijpend. Het gesprek wordt onderbroken door de bel. Aan de poort overhandigt Monica’s man twee nieuwe maïskolven aan zijn vrouw. Ze komt binnengesneld en zegt: “deze zijn veel beter dan de vorige, ze zijn lekker groot en geel, en als je ze roostert blijven ze sappig.” Astrid schaterlacht maar kan uiteindelijk het nieuwe geschenk alleen maar aanvaarden. Ze legt ze in de keuken op het stapeltje identieke maïskolven.

Peter Van Acker – Harare 17/03/2000

Geslingerd tussen België en Zimbabwe

Heimwee. Elke Vlaming in het buitenland krijgt er wel een keertje mee af te rekenen. De aanleiding kan vaak simpel zijn: een telefoontje, een herkenbaar stuk in de krant of gewoon een bezoekje aan de website van een Vlaamse Televisie Maatschappij…

‘s Zaterdags is altijd een beetje een luie dag. In Harare is er overdag meestal weinig te doen. Men zegt hier wel eens dat men de veiligheid van deze stad betaalt met een stukje saaiheid en verveling. Grappig is dit eigenlijk, want “Harare” betekent in Shona – de taal van de grootste bevolkingsgroep – “stad die nooit slaapt.”

Vandaag ga ik me eens een keertje opladen met Belgische nieuwtjes. Guy Poppe, de radiojournalist van de VRT, heeft me tijdens de missie van Minister Michel ongewild een goede tip aan de hand gedaan. Ik surf naar de website van VTM. Enkele minuten later zit ik reeds geboeid te kijken naar het laatavondjoumaal van Poppe’s concurrenten. Oh, wat is dit heerlijk, beelden van het thuisland, zo ver en toch zo dichtbij, en dan nog in een voortreffelijke kwaliteit. Wat het des te prettiger maakt, is het besef dat deze wereld slechts bestaat bij de gratie van een klik van een muis. Eén klik volstaat en weg is digitaal België. Ik ben terug in Zimbabwe.

De lokale krant van vandaag heeft slechts “faits divers”. Ze doen me denken aan de Spanjaard-rubriek in de Standaard. Ik vermeld de voornaamste nieuwtjes: in Bulgarije heeft een man een rechtszaak over naamsverandering gewonnen. Hij gaat voortaan als “Manchester United” door het teven. In Swaziland is de zoektocht naar een beul hervat. Er zijn daar pas zes leden van de “Red Gown Zionist”-sekte ter dood veroordeeld voor de moord op een priester en zijn vrouw. De executie moet nu wachten bij gebrek aan een beul. In Engeland bestaat er een website voor mensen die alles hebben, behalve een leven. De site bespreekt saaie boeken, houdt saaie grappen bij, en inventariseert de meeste saaie evenementen van het komende jaar.

Tijdens het avondmaal belt mijn vader. Hij heeft mijn dagboekverslag “Veni, Vedi, Foetsjie” gelezen. Na het telefoongesprek ben ik weer helemaal in België. Ik denk aan mijn zuster en broers. Hoe maken ze het? Waar zijn ze? Wat doen ze? Allemaal vragen die jammer genoeg deze avond onbeantwoord zullen blijven maar die horen bij het leven van een “expatriate”. Ik hoop het beste voor iedereen.

‘s Avonds verlaten Astrid en ik ons veilige nest voor een concert van de Senegalese zanger Ismael Lo. In het voorprogramma speelt Thomas Mapfumo. Hij is een lokale muzikant die al meer dan dertig jaar aan de weg timmert, en pas in de jaren negentig een bredere erkenning heeft gekregen. Hij heeft o.a. enkele CD’s uitgebracht op het “Real World”-label van Peter Gabriel. Thomas Mapfumo wordt in de stad wel eens aangeroepen met “Socks”, omwille van zijn liedjes over HIV/AIDS. Maar vanavond is er geen tijd voor onprettige gedachten, ook al weet ik dat een vierde van de zaal waarschijnlijk besmet is met dit dodelijk virus.

Na Mapfumo is Ismael Lo aan de beurt. Hij begint kalm, misschien zelfs een beetje te rustig, maar trekt het publiek in korte tijd naar zich toe. Vooral de percussie is uitmuntend en zweept de massa op. Een dame uit het publiek, in een fel geel gewaad, klimt op het podium en voert een Senegalese dans uit. Het publiek wordt wild en moedigt haar enthousiast aan. Ik geloof mijn eigen ogen niet als ik de dame herken. Het is Marie-Thérèse, de secretaresse van kantoor. Ismael Lo heeft gelijk: “Toutes les femmes sont des reines.” Vanavond is Marie-Thérèse er zeker een van. Ik breng maandag een bloemetje voor haar mee.

Peter Van Acker – Harare 18/03/2000

Kleine ongemakjes

In zijn vijfde dagboekverslag vertelt Peter Van Acker ons over kleine ongemakjes die het teven in Zimbabwe met zich kan meebrengen. Niet alleen zit de economie in het slop, af en toe zijn er ook stroompannes.

Oh la la! Deze zondag begint niet zo goed. Ik weet dat ik mijn dagboekverslag moet inzenden voor 9 uur ‘s morgens, maar vandaag is dit onmogelijk: er is namelijk geen elektriciteit. Normaal erger ik me niet aan deze kleine ongemakjes. Tien jaar in de tropen heeft me reeds hiermee leren teven. En aangezien je geen ijzer met handen kan breken, blijven Astrid en ik op zo’n dagen dan wat langer in bed, of zoeken een ontbijtplaats op in de stad waar er wel stroom is (en dus ook een kopje dampende koffie).

Maar vandaag ben ik verplicht thuis te blijven, en van soezen in bed komt ook al weinig in huis. De telefoon dwingt me de behaaglijke warmte van het bed te verlaten. Het is een vriendin aan de telefoon: “Peter en Astrid, komen jullie ook, ik sta hier in een rij op de twintigste plaats, en er zijn weinig auto’s achter mij.” Ik weet dat Astrid pas heeft getankt en antwoord ondoordacht: “Nee meisje, Astrid zit vol!”. Een schaterlach aan de andere kant van de lijn doet me zelf lachen en ik corrigeer me terstond: “Nee, meisje, Astrïd heeft pas haar wagen volgetankt.” Tevens informeer ik vlug of er in haar wijk elektriciteit is. “Ik weet het niet,” antwoordt ze, “ik ben al sinds vijf uur op pad, op zoek naar diesel voor de wagen.” Ik bedank haar uitvoerig, want het is slechts via dergelijke GSM-seintjes dat je deze dagen makkelijk aan benzine of diesel kan geraken. Nou ja, wat is makkelijk, meestal moet je toch zo’n uur of drie wachten.

Ik beslis dan maar de krant door te nemen. Op zondag wordt de “Sunday Mail” thuis bezorgd, of liever gezegd door een fietsende krantenman over de schutting in de tuin gekatapulteerd. Het voorpaginanieuws maakt onmiddellijk duidelijk dat er nog personen door de economische malaise worden getroffen, alleen in veel ergere mate. De voorzitter van de Mazda-assemblagefabriek in Harare dreigt met een sluiting als er niet dringend deviezen voor zijn onderneming komen voor de invoer van noodzakelijke goederen. Ik stel me voor dat President Mugabe zijn ontbijt ook niet geheel probleemloos verloopt deze zondag, want Mugabe is de regering en de regering heeft geen geld. Aan het verzoek van Mazda’s voorzitter zal hij dus voorlopig niet kunnen tegemoetkomen, tenzij hij zou beslissen nog meer te besparen op energie (diesel en elektriciteit) en de vrijgekomen valuta zou aanwenden voor het instandhouden van de industrie. Zowaar, een moeilijke keuze met de verkiezingen in aantocht!

Om 10 uur springt de radio aan. Een goed teken, want nu kan ik ontbijten met koffie. Ik profiteer er gelijk van een eitje te koken. Na de maaltijd draai ik een sigaretje. Mijn reeds ten dele overwonnen ochtendhumeur krijgt opnieuw een knauw. In mijn pakje Drum zitten nog juist genoeg kruimels voor twee sigaretjes. Daar kom ik de dag niet mee door. Ik e-mail onmiddellijk mijn collega in België – want hij komt morgen naar Zimbabwe – en ik herinner hem eraan 10 pakjes Drum Mild mee te brengen. Toch is dit misschien op het eerste zicht een vreemd verzoek, want in Zimbabwe is er ook Drum tabak van Douwe Egberts te krijgen. Alleen zijn de blauwe pakjes hier tweemaal duurder dan in Europa: een pakje van 50 gram kost ongeveer 240 Belgische Frank. Nu moet je wel weten dat Douwe Egberts haar onbewerkte tabak ten dele aankoopt in … Zimbabwe, aan zo’n 80 frank per kilo. Je moet maar eens raden waar de toegevoegde waarde wordt gerealiseerd!

Peter Van Acker – Harare 19/03/2000

Het volk krijgt niet altijd de leiders die het verdient

Als ontwikkelingswerker is Peter Van Acker goed geplaatst om de problemen en noden van Zimbabwe in te schatten. Enkele weken geleden hield een cycloon lelijk huis, terwijl ook aids zich als een lopend vuurtje verspreidt. Misplaatste schroom ligt zeker aan de basis van de falende aids-preventie. Toch moet ook de rol van de regering en vooral van President Mugabe niet onderschat worden.

Ik ben deze morgen vrij laat op kantoor. Om tien uur heb ik samen met het sectiehoofd een afspraak met de landenvertegenwoordiger van Unicef. Het is een rustige man die niet alleen zeer beheerst spreekt, maar achter de gewikte woorden een persoonlijke betrokkenheid verraadt. Hij vertelt over de schade in de getroffen districten als gevolg van de recente cycloon: ongeveer honderdduizend mensen zijn geraakt, waarvan twintigduizend ontheemd. Teleurstelling en woede klinken bedekt door in zijn woorden, wart de overheid heeft zo goed als geen oog voor de slachtoffers van de ramp. Immers, alle inspanningen van Mugabe en zijn partij zijn momenteel gericht op het winnen van de komende verkiezingen.

Na zijn kort verslag, wijdt hij even uit over die ander cycloon die momenteel door Zimbabwe raast: de HIV/AiDS-pandemie. In Harare alleen zijn er veertig AIDS-gerelateerde begrafenissen per dag. Van alle zwangere vrouwen zijn er dertig procent HlV-positief, Er zijn ongeveer zeshonderdduizend AIDS wezen in dit land. Over twee jaar zal de trieste kaap van één miljoen overschreden worden. Wederom volgt tijdens zijn betoog een vingerwijzing naar Mugabe. Deze laatste beschouwt AIDS als een straf van God, voor promiscue gedrag.

Op het middaguur rij ik verdoofd door het bad van deprimerende statistieken naar huis. Een levensgrote reclame voor condooms met opschrift “Abstinence, Be faithfull, Consistent use of…”, legt precies bloot waaraan dit land te lijden heeft: misplaatste schroom. In de promotie voor de zogenaamde correcte ABC-levenshouding durft men niet eens het woord condoom te vermelden. Een beetje verder staat een net zo groot bord met volgende vermelding: “Jesus has died for our sins, make sure you don’t die of yours.” Eerlijk gezegd, het heeft me weken gekost om te beseffen dat deze slogan ook deel uitmaakt van de anti-AIDS-campagne.

In het laatavondjournaal een primeur: de minister van landbouw is opgepakt voor corruptie en zal deze nacht in de cel verblijven. Verscheurt Mugabe zijn eigen jongen om bij de kiezers de nodige “goodwill” op te wekken? Blijkbaar is het bericht over de arrestatie niet tijdig tot in de montagekamer doorgesijpeld, want in het volgende item zien we wederom de minister van landbouw, dit keer breedlachend op een workshop in Harare waar hij de nieuwe belastingregeling voor grootgrondbezit toelicht Dit zal dan wel zijn laatste politieke daad voor dit jaar geweest zijn.

President Mugabe heeft vandaag wederom het land verlaten. Ik snap niet hoe die man dat doet. Wekelijks zien we hem in het jou maai de trappen van een vliegtuig bestijgen (of afdalen wanner hij weer eens nul op het rekwest heeft gekregen tijdens zijn zoektocht naar deviezen). Volgens mij kent de president beter de VIP-ruimte van de luchthaven dan zijn eigen huiskamer. De Zimbabwanen hebben er trouwens al een grapje over gemaakt. In een vorig dagboekverslag heb ik reeds gemeld dat de nieuwsberichten veelal beginnen met “President Comrade Mugabe says …”. In de variant van de lokale bevolking wordt dit nu “On his visit to Zimbabwe, President Robert Mugabe said …”

Peter Van Acker – Harare 20/03/2000

Terugkeer van een vriend

In zijn laatste dagboekverslag vertelt Peter Van Acker over de terugkeer van een vriend uit België. Verder gaat hij langs bij het reisbureau en heeft hij nog een verrassing in petto voor alle Trefpunt-leden.

Vandaag is een dag om verheugd te zijn. Eén van de collega’s is terug uit België. Hij heeft de tabak waar ik om gevraagd heb wel degelijk meegebracht. Nu kan ik ik terug mijn vertrouwde sjekkies rollen.

‘s Namiddags wandelen we samen naar het reisbureau. Hij is nog vol van België, en vertelt druk gesticulerend en luid lachend – zoals alleen hij dat kan – over zijn overzeese belevenissen. We lijken net twee uitgelaten schoolkinderen die even van een korte pauze genieten. Ik hoor een Zimbabwaanse dame die achter ons aanloopt stilletjes grinniken. Ik vraag haar waarom ze lacht. Ze antwoordt kordaat: “ik geniet ervan jullie zo vrolijk tekeer zien gaan, ook al versta ik geen woord van wat jullie zeggen.” Oh wat een heerlijk land, Zimbabwe.

In het reisbureau hangen we aan mekaars lippen. De reisagente moet ons meerdere malen onderbeken. Het lijkt wel alsof we hier rond de koffietafel van kantoor zitten, en geenszins om een reis te boeken, want telkens ze ons om meer informatie vraagt, kijken we verstrooid en verzoeken we haar de vraag te herhalen. Uiteindelijk verlaten we het agentschap met drie tickets richting Cape Town op zak.

Reizen in de regio doe je best niet in juli of augustus. Ook al duiden we deze maanden in België aan als zomer, de barre temperaturen in deze periode leren je vlug dat het dan in Zimbabwe en omringende landen winter is. En omgekeerd, zomer als het in het België winter is. Het zal je dan ook niet verbazen dat de meeste “expatriates”, als ze naar Europa reizen, verkiezen te vertrekken in de winter (of zomer, ‘t is maar van waaruit je het bekijkt).

Toch is het niet alleen de terugkeer van een vriend, of het vooruitzicht van de reis naar Kaapstad, die deze dag speciaal maakt. Vandaag kan ik namelijk zeggen dat de eerste versie van mijn website definitief klaar is. Op de “site” staan foto’s van Zimbabwe keurig gerangschikt per onderwerp. Of de foto’s mooi zijn, laat ik over aan het oordeel van de bezoekers, maar de eerste reacties in het gastenboek zijn alvast positief.

Natuurlijk maak ik hier gebruik om mijn werk van de afgelopen twee jaar te promoten, maar toch is dit niet alleen de bedoeling. Ik ben er namelijk van overtuigd dat een foto de kracht bezit om je mee te nemen naar een verre bestemming. Een reis in je hersenen, waar je niet moet voor betalen. En ook al hebben deze dagboek verslagen dezelfde bedoeling – namelijk de lezer de kans bieden zijn omgeving te overstijgen en zich te verplaatsen naar den vreemde – toch kan een foto nog vele maten boeiender zijn. Je moet namelijk niet meer tussen de regels lezen, maar de regels zelf construeren.

Voor alle dagboeklezers heb ik trouwens nog een speciale verrassing in petto, op de INFO pagina van mijn website (toenmalige) staat een lied uit Suriname in mp3 formaat. Het lied wordt gezongen in het Surinaams door Astrid Belliot. En ook al versta je de taal niet, toch wil ik je vragen het lied te benaderen zoals die Zimbabwaanse dame van vandaag op weg naar het reisbureau: met een open geest. By the way, Astrid Belliot is mijn vrouw.

Peter Van Acker – Harare 21/03/2000